dinsdag 27 april 2010

Als jij Filippijnen zegt, denk ik…

Ethan. Het eerste dat spontaan in me opkomt. Alle beelden die tegelijkertijd in mijn hoofd opduiken. Wat een geweldige ervaring het was zo’n kleine jongen in mijn leven te zien en voelen wandelen. We hadden een onvergetelijke tijd samen. Het was dan ook zeer moeilijk om afscheid te nemen. De laatste keer dat ik hem zag, was hij trouwens aan het werken, waardoor er geen kans was om wat tijd met hem door te brengen. Ik heb een laatste beeld in mijn hoofd dat ik graag met jullie zou willen delen.

Woensdagochtend. We komen aan op Smokey Mountain. De kinderen komen met een grote glimlach op ons afgelopen. Ik ben er zeker van dat mijn gezicht straalt als ik al die lieve gezichten zie, maar toch betrap ik er mezelf op dat mijn ogen de ruige menigte scannen op zoek naar Ethan. Geen teken van hem. Ik ga ervan uit dat ik hem niet meer zal zien, dus ik zet me erover en begin duchtig met de andere kinderen te spelen. Plots, uit het niets, staat Djamel, zijn twee jaar oudere broer, naast mij met fonkelende oogjes. Ik neem hem in mijn armen, kijk rond. Niets. Maar ik ben heel gelukkig Djamel te zien en het is fantastisch te voelen dat dat wederzijds is.

Ik begin enthousiast te werken en de kinderen eten te geven terwijl ik af en toe Djamel eens de lucht ingooi. Tijdens het werk hangen er ook constant minstens vijf kinderen rondom mijn nek, middel, armen en benen, wat ondertussen zo’n gewoonte is geworden dat ik zelfs bijna niet meer merk. Het is een vreemder gevoel als er geen kinderen meer zijn. Hoe dan ook, ik ben heel gefocust op de vele wildebrassen, totdat ik plots Djamel mijn naam hoor roepen. Aangezien hij dolenthousiast klinkt, draai ik me om en kijk recht in Ethan’s ogen. Heel even staan we tegenover elkaar, voordat hij op me komt afgelopen en letterlijk op me springt. Ik zwier hem in het rond en we gieren het allebei uit.

We beginnen bijna onmiddellijk al spelend te vechten en we lopen luid lachend in het rond. Ethan, Djamel en ik, de drie ongenoemde musketiers. Maar het geluk duurt niet lang deze keer. Ethan blijft maar op mij springen en rond mijn nek hangen, maar na vijf minuten begint hij een hele uitleg te doen in Tigalik, waar ik niets van versta. Totdat hij wijst naar de andere kant van de straat, waar een jongen van een tiental jaar duidelijk op hem staat te wachten. Ethan geeft me een laatste knuffel, lacht nog eens, draait zich om en loopt weer op de jongen toe.

Ik blijf hem volgen met mijn ogen, niet goed wetend wat er nu komt en daardoor wat nerveus, maar ook gewoon lachend omdat hij om de drie meter omkijkt en me telkens een nog grotere glimlach geeft. Maar de glimlach verdween snel van mijn gezicht, als ik zie dat de andere jongen, ik schat zo’n acht jaar oud, Ethan een vuilniszak overhandigt die groter is dan hijzelf. Ze nemen beiden hun vuilniszak in de ene hand. Ehtan draait zich nog eenmaal om en hij wuift naar mij. Dan pikt hij met zijn andere hand de metalen staaf op die hij gebruikt om afval op te prikken, draait zich om en vertrekt samen met de andere jongen. En dat was het laatste dat ik van hem zag.

Smokey Mountain. Nergens anders op aarde vind je zo’n plaats. Het heeft zonder twijfel mijn leven veranderd. Ik wou dat ik het kon uitleggen, maar dat lijkt nog steeds niet te lukken. Er zijn zoveel dingen tegelijkertijd te verwerken. En mijn focus is nog steeds Ethan. Ik blijf hopen op een mail van het Verenigd Koninkrijk om me te laten weten dat ik hem mag sponsoren.

Peter Pan. Neen, dit heeft voor één keer niets te maken met mijn onvoorwaardelijke liefde voor Disney. Dat is de bijnaam die ik kreeg van de straatkinderen. Van het ogenblik dat ons busje de CI site opreed, kwamen ze van overal toegestormd en schreeuwden ze “Peter Pan! Peter Pan! Peter Pan!” (op z’n Engels uiteraard). Een meer hartverwarmende aankomst kan ik me moeilijk inbeelden.

The Roof Top Gang. Zo hadden we onszelf gedoopt, aangezien we met acht samenwoonden en bijna iedere avond eindigden op ons plat dak. Het is die groep die er elkaar heeft doorgeholpen. Ja, er waren uiteraard heel veel frustraties en iedereen had zijn moeilijk momenten waardoor het regelmatig botste, maar dat maakt de band enkel sterker. En eerlijk gezegd, is het niets vergeleken bij alle mooie en leuke momenten. Ik zal dan ook altijd een speciale band hebben met Caitlin (Wyoming), Anja (Sweden), Toni (Arizona), Candy (Bermuda), Allison (Wisconsin), Laura (Switzerland) en Michael (Belgium).

Manilla. Manilla is een gestoorde stad en het belangrijkste punt in de Filippijnen. Op vrije dagen reden we rond en zagen we andere delen van het land, maar het is niets vergeleken bij de hoofdstad. Het is een wereld op zich, alsof het een land in het land zelf is. Maar dat is het geval met zovele hoofdsteden, denk ik dan. Hier is het gewoon weer die clash tussen de twee werelden die zo duidelijk en prominent aanwezig is. Op het “platteland”, zoals ze zelf spreken over alle wat buiten Manila valt, gaat alles er veel rustiger en meer uitgebalanceerd aan toe.

Mango’s. Hét Filippijnse fruit bij uitstek. Je vindt het overal en in alle mogelijke soorten: gewoon verse mango, gedroogde mango, mangosap, mangoshakes, mangoconfituur, mangoijs,… Overal mango. En het belangrijkste: het is onwaarschijnlijk lekker! Zo sappig en vol smaak, dat had ik nog nooit ergens anders gevonden. Dat is het geval met veel fruit hier, zoals watermeloen bijvoorbeeld, maar de mango is echt fantastisch.

Verkeer. Gestoord. Onverantwoordelijk. Ongeloofwaardig. Er zijn gewoon geen regels. Je wil ergens geraken en dat wil je zo snel mogelijk doen. Dus, zoals één van mijn persoonlijke helden Niccolo Machiavelli ooit zei: “Het doel heiligt de middelen.” In het verkeer zitten zou je eigenlijk kunnen zien als een constante uitbreiding van je bijna-dood-ervaring-curicculum.

Jeepkneys. Zoals ik al had vermeld zijn dit de kleine busjes, waar je gewoon opspringt als je ergens naartoe moet en eigenlijk is dit het meest voorkomende transportmiddel. Het is dan ook vreemd dat je het enkel in dit land vindt. Als je rondkijkt zie je overal taxi’s, trycicles en dan de jeepkneys. Fascinerend en levensgevaarlijk.

Emmerdouche. Eerst vreemd en ietwat ongemakkelijk. Uiteindelijk gewoon heel leuk en grappig. Ik moet wel toegeven dat ik op zo’n moment heel blij was kort haar te hebben.

Toilet. Vaak zonder wc-bril, meestal zonder toiletpapier. Het leert je uitkijken als je een wc-hokje binnenstapt om te zien of er papier is of niet. Verder is het toch ook altijd wel een opluchting als de deur sluit.

Dat waren de eerste tien dingen die in me opkwamen. Er zijn er uiteraard veel meer, maar ik heb geprobeerd deze vraag zo spontaan mogelijk te beantwoorden en dit was dus het resultaat.

Ik wou ook even vermelden dat de shows eigenlijk heel goed gingen, hoewel de omstandigheden niet bepaald ideaal waren. Ons podium stond namelijk op een prachtige plaats, namelijk de binnenplaats van dat grote nieuwe complex dat ze nog volop aan het bouwen zijn. Aangezien het een atrium is en dus eigenlijk openlucht zou zijn, is er een enorm glazen dak over gebouwd, waardoor het natuurlijk licht kan binnenvallen.

Nu, dat zou allemaal heel leuk en mooi zijn en zo, moest de zon hier niet de hele dag schijnen, die uiteraard die ruimte ongevraagd ombouwt tot een gigantische serre. Het aircosysteem was namelijk nog niet geïnstalleerd, waardoor het binnenin echt ondraaglijk was. De zaal werd vol met grote ventilatoren en draagbare aircosystemen geplaatst, maar dat ging niet snel genoeg. Het was uiteindelijk zo erg dat er beslist werd om de matineevoorstelling af te lassen en al die mensen tickets te geven voor één van de drie avondvoorstelling. Tegen ’s avonds werd er in geslaagd de plaats te laten afkoelen, maar dat was echt onmogelijk voor een voorstelling om twee uur in de namiddag.

Hoe dan ook, we hadden nog steeds een goed gevuld programma: drie avonden, die shows. En dat was meer dan genoeg voor mijn lichaam en stem. Mijn stem had het nogal moeilijk zich aan te passen aan de Filippijnen. Enerzijds is er het weer, dan de uitlaatgassen en de onzuivere lucht in het algemeen, het gebrek aan water en dan de airco die – als ze er dan al eens is – helemaal niet goed is voor je stem. Ik denk dat ik niet meer had aangekund dan die drie shows op een rij. Maar ze gingen allemaal zeer goed en het publiek was op het randje van laaiend enthousiast, in al hun Aziatische gereserveerdheid uiteraard.

Wat me weer doet uitkijken naar het uitbundige Mexicaanse publiek en gewoon Mexico op zich, wat plots niet zo veraf meer lijkt. Net als het einde van dit semester. Tijd is zo een fascinerend iets. Je kan het niet kopen, maar je kan het wel spenderen. En ik kan je zeggen: de tijd die ik hier doormaak, is onbetaalbaar. Het zou dan ook te jammer zijn om het te verkwisten, want de tijd die je verliest, krijg je nooit meer terug.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen