Posts tonen met het label Manila. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Manila. Alle posts tonen

dinsdag 27 april 2010

Als jij Filippijnen zegt, denk ik…

Ethan. Het eerste dat spontaan in me opkomt. Alle beelden die tegelijkertijd in mijn hoofd opduiken. Wat een geweldige ervaring het was zo’n kleine jongen in mijn leven te zien en voelen wandelen. We hadden een onvergetelijke tijd samen. Het was dan ook zeer moeilijk om afscheid te nemen. De laatste keer dat ik hem zag, was hij trouwens aan het werken, waardoor er geen kans was om wat tijd met hem door te brengen. Ik heb een laatste beeld in mijn hoofd dat ik graag met jullie zou willen delen.

Woensdagochtend. We komen aan op Smokey Mountain. De kinderen komen met een grote glimlach op ons afgelopen. Ik ben er zeker van dat mijn gezicht straalt als ik al die lieve gezichten zie, maar toch betrap ik er mezelf op dat mijn ogen de ruige menigte scannen op zoek naar Ethan. Geen teken van hem. Ik ga ervan uit dat ik hem niet meer zal zien, dus ik zet me erover en begin duchtig met de andere kinderen te spelen. Plots, uit het niets, staat Djamel, zijn twee jaar oudere broer, naast mij met fonkelende oogjes. Ik neem hem in mijn armen, kijk rond. Niets. Maar ik ben heel gelukkig Djamel te zien en het is fantastisch te voelen dat dat wederzijds is.

Ik begin enthousiast te werken en de kinderen eten te geven terwijl ik af en toe Djamel eens de lucht ingooi. Tijdens het werk hangen er ook constant minstens vijf kinderen rondom mijn nek, middel, armen en benen, wat ondertussen zo’n gewoonte is geworden dat ik zelfs bijna niet meer merk. Het is een vreemder gevoel als er geen kinderen meer zijn. Hoe dan ook, ik ben heel gefocust op de vele wildebrassen, totdat ik plots Djamel mijn naam hoor roepen. Aangezien hij dolenthousiast klinkt, draai ik me om en kijk recht in Ethan’s ogen. Heel even staan we tegenover elkaar, voordat hij op me komt afgelopen en letterlijk op me springt. Ik zwier hem in het rond en we gieren het allebei uit.

We beginnen bijna onmiddellijk al spelend te vechten en we lopen luid lachend in het rond. Ethan, Djamel en ik, de drie ongenoemde musketiers. Maar het geluk duurt niet lang deze keer. Ethan blijft maar op mij springen en rond mijn nek hangen, maar na vijf minuten begint hij een hele uitleg te doen in Tigalik, waar ik niets van versta. Totdat hij wijst naar de andere kant van de straat, waar een jongen van een tiental jaar duidelijk op hem staat te wachten. Ethan geeft me een laatste knuffel, lacht nog eens, draait zich om en loopt weer op de jongen toe.

Ik blijf hem volgen met mijn ogen, niet goed wetend wat er nu komt en daardoor wat nerveus, maar ook gewoon lachend omdat hij om de drie meter omkijkt en me telkens een nog grotere glimlach geeft. Maar de glimlach verdween snel van mijn gezicht, als ik zie dat de andere jongen, ik schat zo’n acht jaar oud, Ethan een vuilniszak overhandigt die groter is dan hijzelf. Ze nemen beiden hun vuilniszak in de ene hand. Ehtan draait zich nog eenmaal om en hij wuift naar mij. Dan pikt hij met zijn andere hand de metalen staaf op die hij gebruikt om afval op te prikken, draait zich om en vertrekt samen met de andere jongen. En dat was het laatste dat ik van hem zag.

Smokey Mountain. Nergens anders op aarde vind je zo’n plaats. Het heeft zonder twijfel mijn leven veranderd. Ik wou dat ik het kon uitleggen, maar dat lijkt nog steeds niet te lukken. Er zijn zoveel dingen tegelijkertijd te verwerken. En mijn focus is nog steeds Ethan. Ik blijf hopen op een mail van het Verenigd Koninkrijk om me te laten weten dat ik hem mag sponsoren.

Peter Pan. Neen, dit heeft voor één keer niets te maken met mijn onvoorwaardelijke liefde voor Disney. Dat is de bijnaam die ik kreeg van de straatkinderen. Van het ogenblik dat ons busje de CI site opreed, kwamen ze van overal toegestormd en schreeuwden ze “Peter Pan! Peter Pan! Peter Pan!” (op z’n Engels uiteraard). Een meer hartverwarmende aankomst kan ik me moeilijk inbeelden.

The Roof Top Gang. Zo hadden we onszelf gedoopt, aangezien we met acht samenwoonden en bijna iedere avond eindigden op ons plat dak. Het is die groep die er elkaar heeft doorgeholpen. Ja, er waren uiteraard heel veel frustraties en iedereen had zijn moeilijk momenten waardoor het regelmatig botste, maar dat maakt de band enkel sterker. En eerlijk gezegd, is het niets vergeleken bij alle mooie en leuke momenten. Ik zal dan ook altijd een speciale band hebben met Caitlin (Wyoming), Anja (Sweden), Toni (Arizona), Candy (Bermuda), Allison (Wisconsin), Laura (Switzerland) en Michael (Belgium).

Manilla. Manilla is een gestoorde stad en het belangrijkste punt in de Filippijnen. Op vrije dagen reden we rond en zagen we andere delen van het land, maar het is niets vergeleken bij de hoofdstad. Het is een wereld op zich, alsof het een land in het land zelf is. Maar dat is het geval met zovele hoofdsteden, denk ik dan. Hier is het gewoon weer die clash tussen de twee werelden die zo duidelijk en prominent aanwezig is. Op het “platteland”, zoals ze zelf spreken over alle wat buiten Manila valt, gaat alles er veel rustiger en meer uitgebalanceerd aan toe.

Mango’s. Hét Filippijnse fruit bij uitstek. Je vindt het overal en in alle mogelijke soorten: gewoon verse mango, gedroogde mango, mangosap, mangoshakes, mangoconfituur, mangoijs,… Overal mango. En het belangrijkste: het is onwaarschijnlijk lekker! Zo sappig en vol smaak, dat had ik nog nooit ergens anders gevonden. Dat is het geval met veel fruit hier, zoals watermeloen bijvoorbeeld, maar de mango is echt fantastisch.

Verkeer. Gestoord. Onverantwoordelijk. Ongeloofwaardig. Er zijn gewoon geen regels. Je wil ergens geraken en dat wil je zo snel mogelijk doen. Dus, zoals één van mijn persoonlijke helden Niccolo Machiavelli ooit zei: “Het doel heiligt de middelen.” In het verkeer zitten zou je eigenlijk kunnen zien als een constante uitbreiding van je bijna-dood-ervaring-curicculum.

Jeepkneys. Zoals ik al had vermeld zijn dit de kleine busjes, waar je gewoon opspringt als je ergens naartoe moet en eigenlijk is dit het meest voorkomende transportmiddel. Het is dan ook vreemd dat je het enkel in dit land vindt. Als je rondkijkt zie je overal taxi’s, trycicles en dan de jeepkneys. Fascinerend en levensgevaarlijk.

Emmerdouche. Eerst vreemd en ietwat ongemakkelijk. Uiteindelijk gewoon heel leuk en grappig. Ik moet wel toegeven dat ik op zo’n moment heel blij was kort haar te hebben.

Toilet. Vaak zonder wc-bril, meestal zonder toiletpapier. Het leert je uitkijken als je een wc-hokje binnenstapt om te zien of er papier is of niet. Verder is het toch ook altijd wel een opluchting als de deur sluit.

Dat waren de eerste tien dingen die in me opkwamen. Er zijn er uiteraard veel meer, maar ik heb geprobeerd deze vraag zo spontaan mogelijk te beantwoorden en dit was dus het resultaat.

Ik wou ook even vermelden dat de shows eigenlijk heel goed gingen, hoewel de omstandigheden niet bepaald ideaal waren. Ons podium stond namelijk op een prachtige plaats, namelijk de binnenplaats van dat grote nieuwe complex dat ze nog volop aan het bouwen zijn. Aangezien het een atrium is en dus eigenlijk openlucht zou zijn, is er een enorm glazen dak over gebouwd, waardoor het natuurlijk licht kan binnenvallen.

Nu, dat zou allemaal heel leuk en mooi zijn en zo, moest de zon hier niet de hele dag schijnen, die uiteraard die ruimte ongevraagd ombouwt tot een gigantische serre. Het aircosysteem was namelijk nog niet geïnstalleerd, waardoor het binnenin echt ondraaglijk was. De zaal werd vol met grote ventilatoren en draagbare aircosystemen geplaatst, maar dat ging niet snel genoeg. Het was uiteindelijk zo erg dat er beslist werd om de matineevoorstelling af te lassen en al die mensen tickets te geven voor één van de drie avondvoorstelling. Tegen ’s avonds werd er in geslaagd de plaats te laten afkoelen, maar dat was echt onmogelijk voor een voorstelling om twee uur in de namiddag.

Hoe dan ook, we hadden nog steeds een goed gevuld programma: drie avonden, die shows. En dat was meer dan genoeg voor mijn lichaam en stem. Mijn stem had het nogal moeilijk zich aan te passen aan de Filippijnen. Enerzijds is er het weer, dan de uitlaatgassen en de onzuivere lucht in het algemeen, het gebrek aan water en dan de airco die – als ze er dan al eens is – helemaal niet goed is voor je stem. Ik denk dat ik niet meer had aangekund dan die drie shows op een rij. Maar ze gingen allemaal zeer goed en het publiek was op het randje van laaiend enthousiast, in al hun Aziatische gereserveerdheid uiteraard.

Wat me weer doet uitkijken naar het uitbundige Mexicaanse publiek en gewoon Mexico op zich, wat plots niet zo veraf meer lijkt. Net als het einde van dit semester. Tijd is zo een fascinerend iets. Je kan het niet kopen, maar je kan het wel spenderen. En ik kan je zeggen: de tijd die ik hier doormaak, is onbetaalbaar. Het zou dan ook te jammer zijn om het te verkwisten, want de tijd die je verliest, krijg je nooit meer terug.

zondag 11 april 2010

Tussen twee werelden

Het leven gaat hier voort aan een hels tempo. Het begint ’s ochtends vroeg in een taxi in het verkeer, waar je dat eigenlijk letterlijk kan nemen. Daarna volgt er een dag CI op Smokey Mountain, een promotiedag met minishows op strategische openbare plaatsen of een interne dag met educatieve workshops. Ieder onderdeel is op zich interessant en verruimend. Gewoon het feit in een totaal andere omgeving te verblijven is een leerervaring op zich.

Het hele leerproces brengt ook zeer veel gevoelens met zich mee. Vreugd, enthousiasme, dankbaarheid, maar ook onmacht, angst, verdriet en vooral heel veel frustratie. Je zou kunnen spreken van een emotionele rollercoaster en aangezien wij met z’n achten samenleven is het heel fascinerend te zien hoe iedereen die blijkbaar anders doormaakt. Sommigen beginnen aan een enthousiaste start alvorens ze aan een onverwachte afdaling beginnen, anderen storten van in het begin de dieperik in om nadien langzaam weer naar boven te kruipen en dan heb je die die blijvend over kop gaan, op en neer, zonder einde. Conclusie: samenleven is moeilijk. Maar goed, dat is dan weer iets waar je uit kan leren.

Ieder overwint ook zijn eigen angsten en frustraties. Zo zijn er bijvoorbeeld die nog steeds schreeuwen in de taxi of zelfs hun ogen gesloten houden, terwijl ik gewoon denk “Dat was op het nippertje”. Ik hou ervan naar Smokey Mountain te gaan en vind het nu reeds jammer dat er nog maar drie dagen overblijven. Er is zo’n sterke connectie ontstaan tussen die plaats en vooral de mensen die er leven. Een heel speciale band heb ik met Ethan, een jongetje van vier jaar oud. Hij en zijn broer Jarmel, zes jaar oud, zijn twee weesjes die enkel nog hun grootvader hebben. Ze lopen een hele dag rond tussen het afval en het maakt niemand iets uit wat er met hen gebeurd.

Cailtin en ik ontdekten ze voor de eerste keer toen ze naar ons stonden te kijken terwijl we andere kinderen eten gaven. Cailtin stapte op hen toe om te vragen of ze honger hadden en toen ze na heftig geknik een bord wou gaan halen in de keuken kreeg ze te horen dat we hen niets mochten geven. Blijkbaar zitten zij niet in het systeem en is het eten enkel voor de kinderen die wel zijn ingeschreven. Het deed pijn te zien hoe zij hongerig stonden te kijken naar alle kinderen die aan het eten waren. Ik ben ook pas de achtste dag te weten gekomen wat hun leeftijd was, want volgens ons zagen ze eruit alsof ze beiden drie jaar oud waren. We zijn er in geslaagd om er die dag en de volgende dagen voor te zorgen dat zij toch eten kregen. Als alle kinderen die in het programma zitten zijn komen eten, blijven er meestal nog een paar borden over en daarvan kregen we de toestemming aan hen te geven.

Nu, PCF heeft een programma dat gelijklopend is met Plan en zovele andere organisaties. Je kan een kindje sponsoren en dan zorgen zij ervoor dat het kind een kans krijgt op een betere toekomst. In het geval van PCF houdt dat in dat je voor een som van driehonderd euro per jaar “ouder” wordt van dat kindje. Wat je kind dan krijgt is het volgende: zeven uur school per dag, transport van en naar school, schoolboeken en andere benodigdheden, een schooluniform, schoenen, excursies, twee warme maaltijden per dag, een wekelijks voedselpakket voor de familie van het kind en een dagelijkse vitaminepil. Verder is het in de prijs ook inbegrepen dat je kindje gratis medische bijstand en medicatie krijgt wanneer nodig, alsook dat de hele familie ontwormd wordt en preventieve medicatie krijgt zodat je zeker weet dat je kind in een veilige(re) en gezonde(re) omgeving verblijft. Ten slotte, houdt het ook de kosten in voor een sociaal werker die regelmatig huisbezoeken doet en het kind en de familie uitleg geeft over de opties voor de toekomst van het kind.

Caitlin en ik hebben besloten ouders te worden van Jarmel en Etan. We hopen dat zij zo beide een kans hebben op een andere toekomst. Het probleem echter is dat zij niet zijn opgenomen in het systeem, omdat hun ouders ze nooit hebben ingeschreven, waardoor het lijkt dat die kinderen niet bestaan. De prijs voor een geboortecertificaat zien vele ouders namelijk als een overbodige en onnodige kost. Daarom worden er nu gesprekken gevoerd met de grootvader van Jarmel en Ethan, in de hoop dat die hen willen laten opnemen in het programma. Zonder zijn goedkeuring is dat namelijk niet mogelijk. Maar het probleem is dat zij op dit moment van nut zijn voor de grootvader aangezien zij hem helpen bij het sorteren van afval. Op dit moment is alles dus zeer onzeker, maar ik blijf hopen op een goede afloop…

Buiten het voedingsprogramma wordt er nog steeds duchtig geschilderd. De nieuwe school ziet er zeer goed uit en het is super te weten dat ze uiteindelijk duizend kinderen van op Smokey Mountain zal huizen. Zoals ik al had vermeld was er voor ons gepland dat we de eerste en tweede verdieping van de drie verdiepen hoge school zouden schilderen. Maar we zijn allen zo gemotiveerd en werken zo hard dat we uiteindelijk ook de derde verdieping reeds hebben gedaan, wat dus de laatste is. PCF is zeer tevreden zo’n sterke werkkrachten te hebben en wij zijn zeer blij hun verwachtingen te kunnen overstijgen.

Tijdens één van onze werkdagen gebeurde er plots iets afschuwelijk. We zagen één van de “huisjes” in de sloppenwijk verderop vuur vatten. Iedereen schrok en ik vreesde wat inderdaad zou gebeuren. Voor we het goed en wel beseften stonden plots tien woningen in brand en het vuur bleef zich verder verspreiden. Het duurde meer dan een half uur voordat de brandweer verscheen en op dat moment waren een heleboel huizen al herleid tot een zwart geraamte. Overal liepen mensen schreeuwend in en uit hun brandende huizen om te redden wat er te redden viel. Een uur nadat de brandweet was aangekomen was alles voorbij en we zagen hoe er van zovele huizen niets meer overbleef en er overal mensen zaten te wenen op hoopjes meubels en kleren. Die mensen waren alles kwijt. Alles. En dat was de tweede keer dat zoiets was gebeurd in een week tijd. Het was nu gewoon zo dichtbij dat we de hitte zelfs op ons gezicht konden voelen. Een schokkend en triest moment.

Buiten de dagen op Smokey Mountain zijn er dus ook de promotionele dagen waarop we minishows doen van zo’n vijftig minuten lang. Ik denk we er ondertussen negen hebben gedaan en de volgende stap is de drie dagen waarin we vier grote, volledige shows hebben van twee uur lang. De plaats waar we die shows gaan houden is nu nog onder constructie. Het is namelijk een enorm hotel met ingebouwd winkelcentrum en casino. Ik kan me inbeelden dat het vreemd klinkt om me zoveel over winkelcentra te horen praten, maar dat is hier een zeer belangrijk onderdeel van het leven. Of toch ten minste voor vijftien percent van de bevolking.

Van de tien grootste winkelcentra in de wereld vind je er namelijk drie in Manilla. Het grootste is de Mall of Asia, waar wij hebben opgetreden. Ik dacht dat de Mall of America gestoord was, maar het is echt niets vergeleken bij dit. En hoewel ik het een walgelijke wereld en idee vind, moet ik toch toegeven dat het ergens iets ongelooflijks is dat ik heb opgetreden in de Mall of Asia. Het aantal mensen dat je daar vind, is ook gewoon belachelijk. Ik heb nog nooit zoveel mensen tezamen in een winkelcentrum gezien.

Ik hier ook een nieuw fenomeen ontwikkeld, wat volgens de medische verantwoordelijke van onze Cast wordt omschreven als een paniekaanval. De eerste keer dat we in zo’n plaats waren kreeg ik plots precies geen adem meer. Het enige wat ik zag waren mensen, overal mensen en het geluid was oorverdovend. Alsof er een voetbalmatch bezig was en mensen hun team aan het toejuichen waren. Het was gestoord. Opeens kwam het gevoel alsof ik werd platgedrukt en ik begon te beven en kreeg geen lucht meer. Daardoor werd ik plots draaierig en even leek het alsof ik zou flauwvallen. Dat is sinds dan nog een paar keer gebeurd, maar toen wist ik ten minste wat het was en ze hebben mij ene paar dingen uitgelegd die ik op zo’n moment moet doen, wat echt helpt. Maar ik ben blijkbaar ook niet de enige met dat probleem. Het is gewoon zo overdonderend voor ons allemaal. Maar goed, dat is dan weer een ervaring extra, denk ik dan.

De shows zelf gingen allemaal zeer goed. Het Aziatisch publiek is zeer vriendelijk en gereserveerd enthousiast. Je kan aan de gezichten zien dat ze van de show genieten en ze beginnen ook meerdere malen applaus te geven, soms zelf in het midden van een nummer. Maar je ziet ze nooit opspringen of schreeuwen of beginnen dansen. Dat is het grote verschil met Mexico, waar iedere show een feest losbarst. Maar dit is nu eenmaal een deel van de cultuur en het is zeer interessant om voor zo’n diverse soorten publiek te kunnen staan.

Qua inhoud vind ik de show ook beter dan vorige tour. De productie zit veel strakker en beter, waardoor de show een betere dynamiek heeft. Voor mij is het ook een grote eer om zoveel solo’s te mogen hebben. Ik heb op dit moment reeds iedere mannelijke solo in de show gezongen en doordat we roteren krijg ik telkens iets anders te doen, waardoor het interessant blijft voor mij. Tot nu toe heb ik wel telkens de show geopend, wat ik heel erg apprecieer aangezien ze die persoon heel veel verantwoordelijkheid geven. Alles begint met één stem en de band. Daarmee staat of valt alles. Een enorme eer om dat te mogen doen. Verder ben ik ook net als vorig jaar nog steeds Loveboy in onze tien minuten durende Love Medley, wat een zeer leuke rol is om te spelen, zingen en dansen.

Maar op dit moment betekent de show minder voor mij. Ik geef veel meer om de CI die we doen of de educatieve sessies die we hebben. Hoe dan ook, het is een deel van het programma en voor mij opnieuw het besef en het bewijs dat dit echt de ideale combinatie is voor mij. Ik heb altijd willen mensen helpen, reizen, mijn hele leven leren en op een podium staan. En hier kan ik dat allemaal tegelijkertijd doen. Het is een fantastische tijd. Ik ben ook zo druk bezig dat het soms lijkt alsof er niets anders meer is buiten dit.

Ik ben mijn ouders heel erg dankbaar voor alles wat ik van hen heb geleerd. Dat besef ik nu meer dan ooit. Zij maakten me sterk en zelfstandig waardoor ik dit nu kan doen. Ik heb hen niet nodig om dingen voor mij te doen of om me goed te doen voelen. Dat kan ik zelf. Ik mis hen ook niet, in tegenstelling tot zovele mensen hier die hun ouders wel missen. En dat is niets negatiefs. Ik denk aan hen, met een glimlach op mijn gezicht, omdat er nu eenmaal dingen zijn die me aan hen doen denken. Maar ik heb niet het gevoel van gemis of eenzaamheid of het gevoel dat ik nu bij hen zou willen zijn. Neen, ik ben nu waar ik moet zijn. Het is exact deze plaats. En ik ben zo blij dat ik geweldige ouders heb die me de kans hebben gegeven dit te kunnen doen. Als jullie dit lezen: dankjewel moeke, dankjewel pappie, voor al jullie steun en liefde, dankjewel.

En niet enkel mijn ouders. Dankjewel ook aan mijn broer en zusjes, mijn grootouders en de rest van mijn familie. Iedereen die er altijd voor me was en me dit gunt, dankjewel. Ook mijn beste vrienden. Ik wou dat jullie dit ook konden meemaken en ik kijk er naar uit thuis te komen en zoveel met jullie te kunnen delen. Bedankt ook iedereen voor alle lieve mails en sorry dat ik niet altijd de tijd vind om te antwoorden. Tot slotte wou ik alle mensen bedanken die een dag hebben gekocht en op dit moment in het bijzonder alle mensen die een dag hebben gekocht dat ik in de Filippijnen zit. Ik stel iedereen voor om eens te gaan kijken op mijn kalender (dat doe je door op de link ‘Koop de Dag’ te klikken) waar je zal zien dat iedere dag van deze vijf weken volledig is uitverkocht. Het is fantastisch. Dankjewel iedereen voor jullie hulp en steun.

De situatie waarin ik me bevind doet me ook beseffen wat een geweldige groep mensen er thuis op me zitten te wachten. Ik zit namelijk nog steeds met de ongemakkelijke Host Family situatie. De enige manier waarop ik het kan beschrijven is dat het lijkt alsof ik tussen twee werelden zit. Een niet bepaald aangenaam gevoel.

Enerzijds heb ik de wereld waar ik grotendeels in leef. Overdag werken op de grootste afvalberg van de wereld en ’s avonds bezweet en vol verf thuiskomen in ons klein appartementje waar we met ons achten verblijven. Geen werkende douche, een slaapkamer met een airco systeem dat het constant begeeft waardoor het zelf ’s nachts vijfendertig graden is en een bed dat specialist is in het bezorgen van nek-, schouder en rugpijn. Verder is het vuil en hebben we een uitgebreide collectie huisdieren, zijnde kakkerlakken, muizen en ratten. Maar het belangrijkste is dat we elkaar hebben.

Anderzijds is er die andere wereld. Onze Host Dad komt ons, meestal onaangekondigd, ophalen voor een avondje “plezier”. Hij neemt ons mee naar zijn Rotary Club of één of andere vereniging waar hij deel van uitmaakt en vraagt ons dan om daar een soort minipresentatie te geven van wat wij zijn of doen. Op zo’n momenten lijkt het alsof we worden geshowd als zijn nieuwe exotische huisdieren. Of hij neemt ons mee naar een belachelijk chic restaurant. En dat terwijl we thuis alles zelf moeten betalen: wc-papier, drank, eten, handdoeken,… Ik zou liever wat basisdingen krijgen, dingen die we nodig hebben, in plaats van al die onnodige luxe. Tijdens Pasen had hij bijvoorbeeld beslist dat we naar zijn vakantiehuisje zouden gaan aan zee. Er is uiteraard heel veel zee, aangezien de Filippijnen eilanden zijn, maar er was één bepaald strand waar hij een huisje had en dat hier bekend is als het mooiste strand.

Dus de vrijdag van het paasweekend vertrokken we met een soort minibus die hij gehuurd had op weg naar een tweedaagse aan zee. We reden zo’n vijf uur en kwamen aan op onze bestemming. Een vakantiehuisje dat vier keer zo groot is als mijn huis thuis, met een aanpalend ander huis waar de chauffeur, de kok en de meiden zouden verblijven. Onze Host Dad had ook een andere familie uitgenodigd, die ook een Host Family waren, namelijk voor Kimia (Maryland), Yukari (Japan) en Margaux (Belgium). We waren in totaal met zo’n veertigtal mensen, die dus allemaal een bed hadden in dat enorme huis met vier verdiepingen.

Aan het huis was ook een soort garage waarin twee speedboten, twee jetski’s, een bananenboot, een pedalo, kajaks en nog allerlei ander “speeltuig” stond. Die garage gaf uit op de “tuin”, wat eigenlijk een privéstrand was, dat op zich uitgaf op een prachtige baai vol helder water. Het leek de ideale plaats voor een droomvakantie. Alleen, stond op dat moment mijn hoofd er niet echt naar. Het was zo verwarrend. Het was helemaal niet wat ik wou of waarom ik hier gekomen was. Maar in plaats van tegen te werken en iedereen zijn geluk te verbrodden, heb ik mijn best gedaan om rustig mee te doen. Ik heb ook vooral de tijd genomen voor mezelf, om gewoon wat in de zon te liggen en te lezen en schrijven, zodat ik al die gevoelens en gedachten kon ordenen in mijn hoofd.

Al bij al was het een ontspannende tweedaagse, maar ik was vreemd genoeg zeer blij terug in ons kleine appartementje binnen te stappen. Het voelde aan alsof we thuis waren. Ook al hebben we hier niets van de luxe die daar wel was. Het voelt gewoon juister aan nu. Hoe dan ook, ik denk dat het wel duidelijk is dat het een eerder ongewone situatie is, waarin ik me bevind. Maar, wederom, het is iets waaruit ik kan leren. Alles gebeurt om een bepaalde reden. Dus als ik hier ben, dan wil dat zeggen dat ik hier moest zijn.

We kregen een ander citaat mee vorige week, die ging als volgt: “Als het je niet aanstaat, verander het dan. Als je het niet kan veranderen, verander je houding dan.” Dat was een zeer bruikbaar citaat hier, maar ook gewoon overal en in alles wat ik doe.

Up With People is echt een levensveranderende ervaring. Ik kan niet wachten om te zien wat er nog volgt en tegelijkertijd besef ik dat het eigenlijk al bijna over is. De tijd gaat zo snel. Binnen een week zit de Filippijnen erop. Dan zitten we twee weken en een half in de Verenigde Staten om nadien voor vijf weken México in te trekken. Er zijn inderdaad nog maar zo’n twee maand over. Het is ongelooflijk. In alle mogelijke betekenissen van het woord.

zondag 28 maart 2010

En we zijn in de Filippijnen!

Jawel, ik heb de vijfentwintig uur durende reis overleefd. Na een busreis van Naperville naar Chicago, een vlucht van dertien uur naar Seoul (de hoofdstad van Zuid-Korea), een wachttijd van vier uur in de luchthaven en uiteindelijk een vier uur durende vlucht naar Manila was het zover. Hoezee! We kwamen om 1:00 am de luchthaven uitgewandeld en werden lieflijk gestreeld door de zachte nachtbries van zo’n dertig graden Celcius. Ik was volledig klaar voor dit grote avontuur.

Tijdsprong.

Montevideo was zeer kort, maar dat hield gewoon in dat er geen enkel saai of niet leuk moment was. De show ging zeer goed, de zaal was op een tiental mensen na uitverkocht, maar het was vooral de CI die ongelooflijk was. Ik werd samen met vijf mede Uppies uitgekozen om een klein CI project te doen in een middelbare school voor probleemkinderen. Het was een alternatieve privéschool, die jongeren die uit het schoolsysteem waren gestapt alsnog een kans wou geven om hun diploma te behalen. Leeftijd was dan ook niet zo belangrijk, waardoor je studenten had van twaalf tot tweeëntwintig jaar oud. Het maakte ook niet uit wat je achtergrond was of wat de reden van je keuze was, zolang je maar je diploma wou behalen.

Wij werkten met de hele school, die om praktische redenen werd opgesplitst in vier groepen van verschillende leeftijden, zodat wij uiteindelijk vier sessies na elkaar hadden. Tijdens zo’n sessie met een groep hadden we groepsgesprekken en discussies met hen alsook een paar andere activiteiten. Als afsluiting speelden we telkens een paar nummers akoestisch, wat een nieuw concept is dat we meer proberen uit te werken met UWP. Het geeft heel goed om een groepje van vijf tot tiental Cast Members ergens te laten spelen met enkel een gitaar, een boxdrum en een shaker. Het maakt alles zeer authentiek en integer, het is veel dichter bij het publiek en de muziek die je creëert is puur op een manier die je moeilijk krijgt in een grote show. De muziek is trouwens geen UWP muziek tijdens zo’n ‘Unplugged Sessions’, wat het ook leuk maakt voor de performers, aangezien het voor wat afwisseling zorgt qua liederen.

Tijdens de korte tijd dat je met een groep studenten doorbrengt, kom je te weten dat ieder van hen in die school is om totaal uiteenlopende redenen, maar allemaal hebben ze dezelfde motivatie, namelijk dat diploma halen. Er waren tienermoeders, drugsverslaafden, alcoholici, mishandelde jongeren met psychologische problemen, ex-gedetineerden, jongeren die zijn weggelopen van huis,… In die school hoeven ze niets uit te leggen, ze mogen gewoon zijn wie zij willen zijn en moesten ze dat willen, is er psychologische bijstand voorzien, maar dat is geen verplichting.

Het fascineerde me te zien hoe we tijdens een activiteit te weten kwamen dat bijna iedereen dacht dat alle studenten gelijk behandeld werden, ongeacht hun geloof, etniciteit of geaardheid. Ze zagen zichzelf als een familie, waarin iedereen respect had voor iedereen. Ieder van hen had zijn of haar eigen verhaal en zijn eigen problemen en daarom vonden ze dat niemand het recht zou mogen hebben anderen te beoordelen. Ze zagen in dat er een heel groot verschil was met de middelbare school waar ze waren uitgestapt of gezet, omdat er daar zoveel groepjes werden gevormd en je altijd moest proberen ergens in te passen. Hier was iedereen gewoon zichzelf en dat was goed zo.

Na Montevideo voerde de reis ons naar onze laatste stad in de VS alvorens we aan ons Aziatisch avontuur zouden beginnen. Die stad was Naperville, vlakbij Chicago in Illinois en even oud als België. Mijn Host Parents waren Tom en Nancy en ze hadden een aanbiddelijke drieling van elf jaar oud, zijnde Daniel, Jason en Megan. Het is één van die families waar je zeker en vast wil naar terug keren, waar je geen afscheid van wil nemen. We hadden zoveel plezier en zo weinig slaap. De ideale combinatie. Of zoiets. In elk geval een tijd die ik nooit zal vergeten.

De eerste avond kamen we – zijnde Toño (México) en ik – aan en maakten we kennis met de overenthousiaste drieling en onze ouders, waarna we redelijk vroeg in bed kropen na een vermoeiende Travel Day van dertien uur op een bus. Maar de volgende avond was het feest. Letterlijk. Onze familie had afgesproken met hun beste vrienden, twee andere koppels die ieder op hun beurt ook Host Family waren. De ene familie had Veronica (Sweden) als Host Daughter en de andere had Arnab (Bangladesh) en François (Canada) als Host Sons, waardoor het ook een beetje leek alsof dat drie extra Roommates waren voor mij en Toño.

Ons trefpunt was een voortreffelijk Italiaans restaurant – het was het meeste Italiaanse dat ik ooit had gegeten in de VS – waar we een hele tijd doorbrachten voordat we naar Veronica’s huis gingen. Daar kropen we allemaal samen in de “muziekkamer”, waar een vleugelpiano en een buffetpiano staan, alsook een drumstel, bongo’s, een basgitaar, een collectie gitaren, een trompet, een viool en nog een heleboel andere instrumenten. Ik was in de zevende hemel! Alleen al het feit dat mensen zoiets hebben als een muziekkamer. Het was beter dan in de films. Daar hebben we urenlang gejamd, aangezien we het geluk hadden dat ieder van ons een muzikant en/of zanger bleek te zijn. Het feestje duurde tot 1:30 am en met spijt moesten we afscheid nemen van het leuke gezelschap.

Het zou echter niet lang duren voordat we elkaar weerzien, aangezien het de volgende avond feest was bij de Host Family van Arnab en François. Ook daar was een muziekkamer met alweer een vleugelpiano, dus het feest barstte los. Er waren ook een heleboel andere mensen zoals bijvoorbeeld een meisje dat voor ons een klein optreden Ierse dans gaf, wat ze al jarenlang volgde. Ik wou ook even vermelden dat dat feest plaatsvond in een kasteel van een huis, met zeven slaapkamers, vijf badkamers een viertal woonkamers, een enorme keuken, verschillende zitplaatsen en een voordeur waarvan ik me afvroeg hoe ze die ook maar konden maken, laat staan transporteren. Rond 3:00 am verlieten we het kasteel omdat we toch een beetje slaap nodig hadden voor de volgende dag.

Die dag, zaterdag 13 maart, was namelijk een belangrijke dag voor ons, aangezien we met UWP meeliepen in de St Patrick’s Parade. Het was een heel leuke gebeurtenis en van ons werd verwacht dat we om de vijf minuten begonnen te dansen en zingen. Op het einde gaven we een klein optreden voor de burgemeester. Om één of andere reden deed het hele gebeuren me denken aan de Carnavalstoet in Aalst met een klein optreden voor Prins Carnaval. Heel grappig en vooral heel leuk.

Naperville was trouwens heel druk qua optredens. We hadden een show op zaterdag en zondag, die beiden bijna uitverkocht waren. Zaterdag was er dan de parade waarmee we heel veel mensen tegelijk bereikten. Tot slotte hadden we vrijdag en maandag twee minishows in scholen. Heel leuk, maar ook heel vermoeiend voor mijn lichaam en specifiek mijn stem.

Zondag, na de show, was de eerste keer dat we wat vrije tijd hadden, dus besloten we met ons zevenkoppig gezin naar Chicago te trekken. Na een half uurtje rijden was het eindelijk zover: Pieter in Chicago! Chicago, the Windy City, the Second City, de oh zo fantastische theaterstad. Ik genoot met volle teugen. We hadden nog geprobeerd tickets te kunnen bemachtigen voor ‘A Chorus Line’, maar dat speelde op zondag enkel als matinee voorstelling, net als onze eigen show… Maar niet getreurd, dat was meer tijd om de stad te bezichtigen. Zo zag ik bijvoorbeeld de wereldberoemde Willis Tower, de voormalige Sears Tower, alsook het Chicago Theater. We eindigden een fantastische familieavond met de bekende Chicago Style Pizza – wat eigenlijk meer een quiche dan een pizza lijkt te zijn – en dat beviel me zeer goed. Ik wil sowieso terugkeren naar Chicago, niet enkel voor de stad, maar ook vooral voor mijn geweldige Host Family en mijn goede vriend Timothy (Illinois) die ik eindelijk terug zag na ons gezamenlijk avontuur met Cast B’09. Het was een zoveelste hartverwarmend weerzien. Dat er nog meer mogen volgen…

Voordat we het goed en wel beseften brak de laatste avond aan en we sloten de fantastische tijd af met, jawel, een feestje, deze keer bij ons thuis. Ik had heel veel plezier en tegelijkertijd spijt dat ik moest afscheid nemen. De drieling waren onvergetelijke Host Siblings en ik kijk er naar uit te weten wat zij uiteindelijk later gaan doen. Ze deden me ook heel erg mijn eigen broer en zusjes missen. Vooral Lynneke (die nog even twaalf jaar oud is, dus dat mag ik nu nog altijd zeggen), die echt Megan’s beste vriendin had kunnen zijn. Ze hebben zoveel gemeen dat ze me telkens aan Lynn deed denken.

Maar het eerste deel van onze Amerikaanse tour zat er dus op en we sprongen op het vliegtuig naar de Filippijnen, waar we nu al een tijdje verblijven.

Manila, hoofdstad van de Filippijnen en één van de meest gestoorde plaatsen waar ik ooit ben geweest. Ik dacht bij mezelf: dit is Mexico, maar dan erger. Het verkeer is bijvoorbeeld niet zomaar een jungle, maar een doodstrijd tussen een kudde vleeseters in diezelfde jungle. Regels zijn onbestaand. Soms bestaat er wel een lijn in het midden van de baan, maar het is blijkbaar een nationale sport om die te overschrijden en dus even spookrijder te spelen om de wagen die voor je rijdt voorbij te steken. Ik heb al meerdere keren gedacht dat we eraan zouden gaan, maar ach ja, het is een culturele ervaring.

We zitten er ook elke dag middenin, aangezien we allemaal het openbaar vervoer gebruiken. Manila is zo’n grote stad dat sommigen onder ons – waaronder ikzelf – meer dan anderhalf uur verwijderd zijn van de afspreekplaats. Voor het dagelijkse transport zijn we allen aangewezen op het gebruik van taxi’s, die ook wel semiprofessionele zelfmoordterroristen zouden kunnen genoemd worden. Maar het is ook heel vernieuwend om de Jeepknees alsook de Tricycles te zien voorbij razen. Een Jeepknee is een soort minibusje dat zo laag is dat je bijna op je knieën zit en een Tricycle is een motorfiets met een aanhangwagen aan en nog vele andere planken zodat zoveel mogelijk mensen zich met één voertuig kunnen verplaatsen.

Het klimaat is warm tot zeer warm tot zelfs heet. Minstens dertig graden Celcius (ik zeg dat nu omdat dat goed klinkt, maar ik denk niet dat we dat al gehad hebben, buiten ’s nachts dan misschien) en maximum zo’n veertig graden. Althans dat krijg ik toch te horen en dat had ik opgezocht voordat ik naar hier kwam, want het is zeer moeilijk hier een thermometer te vinden. Ik voel het in elk geval, maar daarom is het niet altijd negatief. Het lijkt één van die uitzonderlijke zomerdagen in België waarvan we er misschien heel af en toe zo’n drie hebben, maar hier is het dan altijd zo. Hoe dan ook, dat stoort me niet zo erg als de vochtigheidsgraad, die hier bijna onnatuurlijk hoog is. Maar goed, ook daar raak je gewoon aan.

Het voedsel bestaat uit rijst, rijst en soms ook rijst. Ontbijt, middagmaal, avondeten. Rijst. Ik ben zeer tevreden, het is een grote stap voorwaarts in vergelijking met al die frieten in de VS. Neen, in het algemeen ben ik heel tevreden met het eten dat ons wordt voorgeschoteld. Soms vraag ik me wel eens af wat ik nu net aan het binnenspelen ben, maar ik heb al geleerd dat ik dat beter achteraf vraag, als mijn bord volledig leeg is. Sommige dingen zijn echter moeilijk te camoufleren. Eén van de typische Filippijnse delicatessen is bijvoorbeeld Balut.

Balut is een bevrucht ei dat na zo’n vijf tot twintig dagen (soms ook vroeger of later) wordt gekookt en dan opgegeten. Hoe gaat dat in zijn werk? Je opent het ei zoals je dat zou doen met een hard of zachtgekookt eitje bij ons en drinkt eerst het eiwit op, wat nu een soort vloeistof is dat je best beschouwt als kippensoep. Waarom? Nadien begin je aan het eigeel, wat op dat ogenblik al half ontwikkeld is tot een kuikentje. Het is alsof er een kleine kip in je ei zit, dat nog steeds voor een deel vast hangt aan het eigeel. De bedoeling is dat je dat gewoon in je mond steekt en er een stuk van afbijt, waarbij je soms hier en daar een reeds ontwikkeld beentje voelt kraken of je de textuur van de veren in je mond voelt. Je bent met andere woorden een half ontwikkeld embryo van een kip aan het opeten. Aangenaam is anders. Maar hier is het een heel normaal ding en de lokale bevolking zweert erbij dat dit je kracht geeft. Voor Uppies duurt het gemiddeld tien minuten voordat er in geslaagd wordt het volledige ding binnen te spelen om toch die culturele drempel te overschrijden, voor Filippino’s duurt het misschien vijf minuten waarin ze er zo’n drie tot zes opeten.

De bevolking is een minder leuk verhaal. Er is heel rijk en heel arm. Punt. Niets tussenin. Er zijn blijkbaar wel tussenniveaus in de rest van het land, maar in Manila vind je enkel de extremen. En ik zit daar middenin. Het lijkt alsof ik op de eerste rij zit voor een stuk dat nooit had mogen geschreven worden, maar nu toch seizoen na seizoen hernomen wordt, waardoor het spijtig genoeg één van die Broadway musicals wordt die eeuwig blijft opgevoerd worden.

Aangezien we hier met UWP vijf weken verblijven, was de enige optie voor ons om rijke Host Families te hebben. Het klinkt als ervaring veel interessanter om bij de arme bevolking te verblijven, maar het is simpelweg irreëel dat die mensen ons vijf weken lang kunnen onderhouden, laat staan ons van eten zouden kunnen voorzien. Daarom krijgen we dus de andere kant te zien: The Rich and (not so) Famous.

Toen ik aankwam zeiden verschillende Staff Members me dat ik een geweldige tijd zou hebben, omdat ik samen met wat andere studenten bij één van de rijkste mannen in Manila zou verblijven. De nieuwsgierigheid rees en er werden uiteraard veronderstellingen gemaakt. Stom. Maar toch heeft een mens meestal de normale reactie dingen te gaan verwachten. Nu, we kregen tijdens onze vergadering te horen dat ik samen met zeven (!) andere studenten in één woning zou verblijven. Die man was inderdaad één van de rijkste mensen. Mijn Roommates waren Caitlin (Wyoming), Anja (Sweden), Candace aka ‘Candy’ (Bermuda), Toni (Arizona), Laura (Switzerland), Allison (Wisconsin) en Michael (Belgium). Feest!

Onze Host Dad kwam ons ophalen met een gloednieuwe wagen die hij drie weken geleden had gekocht “omdat zijn zoon hem dat gevraagd had” en een andere wagen die door zijn chauffeur werd bestuurd. Wederom: Feest! Soms is het leuk als dingen worden bevestigd. Als we hem in de auto vragen wat hij doet als job, luidt het antwoord: “Oh, ik ben eigenaar van meerdere ondernemingen. Meer niet.” Oké dan. Meer niet. Zijn huis? Een belachelijk groot paleis, waarin alles een vaste plaats heeft waardoor het iets weg heeft van een museum. Mijn Roommates waren vooral onder de indruk van de bioscoop in zijn huis en zijn vijf luxewagens, ik was vooral gechoqueerd door zijn drie dienstmeisjes die alles doen in huis. Je mag ook zeker niets zelf doen anders lijkt het alsof je ze beledigd. Tafel dekken, eten maken, tafel afruimen, afwassen, de was doen, zelfs een glas uit de kast nemen om er cola in te gieten. Afschuwelijk. Maar blijkbaar is dat nu eenmaal de manier hoe de zaken hier verlopen. Hoe dan ook, het was niet echt een probleem voor mij om me te adapteren, aangezien dat zowat het enige was dat ik zou zien van die levensstijl.

Onze Host Dad voerde ons naar onze verblijfplaats, wat dus niet zijn “residentie” zou zijn, omdat er daar volgens hem “niet genoeg plaats was voor ons allemaal”. Wij zouden verblijven in twee aanpalende appartementen, één voor de jongens en één voor de meisjes, die gelegen zijn in één van de vele gebouwen die hij bezit. Dat was een kleine verrassing aangezien het decor er net iets anders uitzag.

We hebben geen internetaansluiting, geen computer, geen televisie, geen telefoon, geen microgolfoven, maar dat is niets vergeleken bij een niet werkend toilet of douche. Onze douche bijvoorbeeld is een emmerdouche. Hoe gaat dat in zijn werk? In de “badkamer” – waar dus geen bad staat, voor alle duidelijkheid – is een tegelvloer met een kraan waaronder een lege vuilnisemmer staat. De bedoeling is dat je die opvult met water – koud water uiteraard – en nadien met een steelpannetje er water uitschept en over je giet. Het is een hele ervaring en ik daag iedereen uit het thuis eens te proberen.

In ieder appartement hebben we dus een “badkamer” en een keuken met een koelkast en vele lege kasten. In de slaapkamer staan twee stapelbedden en een ventilator die nu reeds uitgeroepen is tot meest waardevolle object. Maar het meest geliefde plekje is ons platdak, waar we iedere avond met ons achten opkruipen en urenlang praten, lachen, zingen en dansen. En dat toont opnieuw aan dat het niet uitmaakt waar je bent of in welke omstandigheden je leeft, zolang je er maar bent met mensen die om elkaar geven. En dat is in deze situatie zeker het geval.

De reden waarom wij acht zijn samen geplaatst, is omdat wij allen samenwerken op dezelfde CI site, namelijk Smokey Mountain. Ik heb inderdaad het geluk dat ik die CI site heb gekregen en dat daar ik nu veertien dagen lang mag werken, wat een ongelooflijke en onvergetelijke ervaring is. Eerlijk gezegd, is het op dit moment nog zeer moeilijk om exact te zeggen hoe ik me voel, aangezien ik zoveel impressies tegelijkertijd te verwerken heb. Daarom hou ik het nu liever bij een beschrijving van wat ik zie en meemaak.

Smokey Mountain is inderdaad een berg bestaande uit tonnen afval en het compostproces maakt dat de temperatuur zo hoog is dat de berg regelmatig vuurvat, waardoor er van overal rook opstijgt. Nu, die berg is reeds kleiner dan tien jaar geleden. Vele organisaties hebben samengewerkt zodat ze de berg beetje bij beetje konden wegwerken, wat zeer goed is. En er zijn niet zoveel families meer die weldegelijk op de berg zelf leven. Maar wanneer men over Smokey Mountain spreekt, bedoelt men de omgeving rondom, de omgeving die nu geen berg meer is, maar ooit wel was. Dat is eigenlijk niet zo’n groot oppervlak, maar op die plaats, hoe groot of klein ook, zie je het armste van het armste.

Eigenlijk weet ik niet waar te beginnen. Het schrijven van dit bericht verliep vlot, tot nu.

Kijk, wat ik kan zeggen is dit: iedere dag zie ik afval, afval, nog afval, meer afval en tussenin hier en daar een mens. Ik zie vuil, modder, afvalwater,… waarin kinderen spelen. Een persoon die een hele dag afval zit te sorteren, dag na dag, in de snikhete zon. Mensen die me voorstellen een hondenhok binnen te stappen, gemaakt van karton, golfplaten, zeilen,… om dan te horen te krijgen dat dit hun huis is waar ze met negen wonen. Ondervoedde naakte of halfnaakte kinderen waarvan je zo alle beenderen kan tellen omdat ze zo mager zijn, maar tegelijkertijd hebben ze een buik alsof ze een voetbal hebben opgegeten. Prachtige glimlachende gezichten, met ontrekende of zwarte tanden en vliegen op hun mond of ogen. Ik wandel iedere dag in een National Geographic documentaire en besef dat ze die documentaires meestal mooier maken omdat ze dan waarschijnlijk esthetisch interessanter zijn. Maar dit is pure en harde realiteit. Niets meer. Dit is hoe het is.

Velen hebben geprobeerd de situatie te veranderen en allen hebben ze beseft dat je zoiets groots niet zomaar kan omschakelen in een maand tijd. Ook wij weten dat. Maar we zien dat de situatie aan de betere hand is, dat mensen van over de hele wereld willen samenwerken om een blijvende positieve evolutie te kunnen waarmaken. En ik ben zo dankbaar daar deel van te mogen uitmaken.

Op Smokey Mountain werken wij samen met een organisatie die de Philippine Community Foundation (PCF) heet. Deze organisatie doet verschillende dingen tegelijkertijd voor Smokey Mountain. Ten eerste, zijn ze simpelweg sociale werkers die met de mensen praten en hen informatie geven over hoe ze hun leven kunnen veranderen. Ten tweede, hebben ze een educatief programma, waarbij ze in een klein lelijk, oud gebouw een schooltje hebben met een heleboel leerkrachten. Hiermee bereiken ze nu reeds zo’n vierhonderd leerlingen, wat dus stuk voor stuk kinderen zijn die in de sloppenwijken op en rondom Smokey Mountain wonen. Ten derde, hebben ze een klein hospitaal opgericht dat zich toespitst op kinderen en vrouwen. Ze zijn dan ook heel trots op hun bevallingsafdeling, waar het voor vele vrouwen de eerste keer is dat ze niet thuis bevallen. Ten vierde, is er ook een algemeen gezondheidsprogramma, waarbij ze proberen zoveel mogelijk mensen te bereiken met informatie en medicatie voor ziekten die hier veel voorkomen, zoals bijvoorbeeld longontsteking, parasieten, tuberculose en vele andere ademhalingsproblemen. Ten vijfde, is er een voedingsprogramma, wat inhoudt dat ze iedere dag tweehonderdvijftig mensen voedsel geven. Honderdvijftig kinderen en honderd zwangere vrouwen en senioren. Daarvoor worden de kinderen om de twee dagen gewogen – wat me uiteraard deed denken aan mijn omi die dat wekelijks doet als vrijwilliger – zodat PCF hun gegevens kan bijhouden om te zien of ze een positieve evolutie maken in hun lichaamsgewicht. Het is volgens mij overbodige informatie te vermelden dat de meeste kinderen een ondergewicht zijn.

Het is geweldig werk dat ze verrichten, maar wat het beste deel is aan de gehele organisatie is dat ze werken met de lokale bevolking. De organisatie zelf heeft een werknemersaantal van zesenzeventig betaalde mensen en meer dan driehonderd vrijwilligers. En al die mensen leven zelf op de Smokey Mountain site, wat dus wil zeggen dat zij niet enkel hun eigen mensen helpen, maar dat er daardoor uiteraard ook zovele jobs worden gecreëerd. Het feit dat er ook zoveel vrijwilligers zijn, vind ik ongelooflijk. Voor het voedingsprogramma bijvoorbeeld zijn er vijf moeders van de site die iedere dag om 5:00 am opstaan om in een keuken van PCF aan het ontbijt te beginnen. Het zijn zo’n lieve dames, maar het trieste voor mij is om te zien hoe op een bepaald punt hun eigen kinderen zich komen aanmelden omdat ook zij deel uitmaken van het voedingsprogramma. Uiteraard beseffen zij als geen ander hoe belangrijk dit initiatief is.

Wij helpen afwisselend met verschillende aspecten van hun uitgebreid programma en in het bijzonder met hun nieuwste project. Na jarenlang zoeken naar sponsors, is uiteindelijk de stap gezet om een nieuwe school te bouwen die duizend studenten van Smokey Mountain zal huizen. Zij zitten nu in één van de laatste fases van het bouwproces en wij helpen hen bij het schilderen van twee verdiepingen. Het is super dat ze zo’n project op poten hebben kunnen zetten, want hierdoor krijgen onmiddellijk duizend kinderen een kans op een betere toekomst. Een pluspunt zijn de vele werkgelegenheden, maar vooral het feit dat zovele kinderen hierdoor hopelijk hun leven een andere draai kunnen geven en hopelijk daardoor ook hun familie kunnen helpen.

Het is natuurlijk niet het meest leuke werk, maar als je denkt aan hoe je bijdraagt aan iets blijvend, is dat een hele motivering. Tussenin doen we ook nog altijd de andere dingen en dit in kleinere groepjes. Zoals ik al had vermeld in mijn vorig blogbericht, zijn we voor deze CI site met vijftien studenten. Tien daarvan schilderen en de vijf anderen, wat een roterende groep is, doen andere opdrachten zoals gaan werken in de school, het ziekenhuis of de keuken. Zo heb ik bijvoorbeeld meegeholpen met het voedingsprogramma. Drie uur lang heb ik de ene boreling na de andere eten gegeven en tussenin met zoveel mogelijk van hen gespeeld en met hun moeders gesproken. Het waren drie van de beste uren van mijn leven. De ouders en kinderen hebben misschien niets, maar het zijn de meest vriendelijke en dankbare mensen, die me meer geven dan zovele anderen die alles hebben wat ze nodig hebben.

De korte tijd dat ik tot nu toe hier verblijf heeft een enorme impact op mijn leven gemaakt. Ik kijk er naar uit verder levens te blijven beroeren en te voelen hoe ondertussen het mijne wordt beroerd als nooit tevoren.

Tot slot, wou ik nog zeggen dat ik dus geen toegang heb tot het internet. Dit is de eerste keer dat ik ergens een draadloze verbinding heb en dan wel in één van de chicste en grootste winkelcentra van niet enkel Manila, maar de hele wereld. Het spijt me heel erg dat ik niet meer kan publiceren op mijn blog, want dit is tot zover de meest interessante periode van mijn reis en leven. Maar zoals jullie kunnen zien, blijf ik ondertussen schrijven wanneer ik kan en hopelijk vind ik zo nu en dan nog eens internet zodat ik mijn schrijfsels dan snel op het net kan gooien.